Vragen? Mail ons!
Bel ons
Home > Nieuws > Oninbare vorderingen? Zo vraag je de btw terug

Oninbare vorderingen? Zo vraag je de btw terug

Sinds 2017 is het eenvoudiger om de btw op oninbare vorderingen terug te vragen. Maar wanneer vraag je nu precies de btw terug als het duidelijk is dat je klant de factuur niet zal betalen? Eric Haver vertelt hierover. Hij is assistent-accountant bij Philipsen Accountants | Adviseurs en houdt zich veelal bezig met aangiften en jaarrekeningen.

Eric: “Als een factuur niet is betaald kun je de btw terugvragen tot één jaar nadat de factuur opeisbaar is geworden.” Een apart schriftelijk verzoek om teruggaaf is niet meer nodig. Het oninbare btw-bedrag mag gewoon in de reguliere btw-aangifte worden meegenomen.

Wanneer moet je de vordering terugvragen?
Heb je oninbare vorderingen met een uiterste betaaldatum vóór 1 januari 2017? Dan is er de volgende deadline, vertelt Eric: “Die vorderingen worden op 1 januari 2018 aangemerkt als oninbaar. De btw over deze oninbare vorderingen moet je terugvragen in je eerste btw-aangifte van 2018.” En ligt de uiterste betaaldatum van een oninbare vordering ná 1 januari 2017, dan moet je de btw over deze vordering terugvragen in de btw-aangifte over het tijdvak waarin duidelijk is dat je klant niet meer zal betalen dan wel uiterlijk één jaar na de uiterste betaaldatum van de factuur. Houd hier dus vanaf nu rekening mee bij het opstellen van de btw-aangiften.

Als je klant alsnog betaalt
Het komt voor dat je de btw van een oninbare vordering hebt ingediend en je klant de factuur alsnog (deels) betaalt. Wat moet je dan doen? Eric: “Dan moet je de teruggevraagde btw gewoon weer terugbetalen aan de Belastingdienst.”

Heb je vragen over oninbare vorderingen of de verwerking hiervan in je btw-aangifte? Neem dan contact op met Eric Haver via: erichaver@philipsen.nl of via 024 64 88 666 (en vraag naar Eric Haver).

 

Plaatsingsdatum: 24 Januari 2018

Delen via

Naar Nieuws overzicht
Meer blogs